Achtergrond informatie migratiebeleid


Klinkeren

‘Wij Zijn hier’ is een groep van uitgeprocedeerde asielzoekers. Het zijn vreemdelingen die in Nederland asiel hebben aangevraagd en wier asielverzoek is afgewezen. In een aantal gevallen zijn ze al eerder naar de rechter gegaan en hebben hun beroep verloren. In een aantal gevallen loopt er nog een beroepsprocedure.


Deze groep van asielzoekers is wettelijk gezien verplicht om binnen 48 uur nadat ze uit de opvang of detentie zijn gezet, het land te verlaten. Hiervoor zijn ze zelf verantwoordelijk en wanneer ze het land niet verlaten, zijn we wettelijk in overtreding. Echter is een percentage uitgeprocedeerde asielzoekers niet in de mogelijkheid om terug te gaan naar het land van herkomst. Dit om verschillende redenen; het land van herkomst is te gevaarlijk om naar terug te keren, de benodigde medische zorg is in het land van herkomst niet geboden, het land van herkomst weigert mee te werken aan terugkeer. Deze groep van mensen komt tussen wal en schip terecht. Ze mogen hier niet blijven, maar kunnen ook niet weg.

Begin jaren negentig werd de identificatieplicht in Nederland ingevoerd. Eind jaren negentig werd de Koppelingswet ingevoerd. De koppelingswet houdt in dat mensen woonachtig in Nederland alleen toegang tot publieke diensten verkrijgen, wanneer men een identificatiebewijs kan overleggen. Wanneer dit niet het geval is, heb je geen toegang tot medische zorg, scholen en universiteiten, sociale woningbouw, bibliotheken en alle andere voorzieningen waar je een lidmaatschap voor moet aanschaffen. Grenscontroles zijn dus overal om ons heen. Wanneer je erkend Nederlands burger bent, zie je deze grenzen niet zo snel. Wanneer je status echter niet is gelegaliseerd, wordt je voortdurend herinnerd aan de begrenzingen van onze samenleving.

Voor de invoering van de identificatieplicht en de koppelingswet konden mensen die niet in het bezit waren van papieren, een redelijk goed bestaan in ons land opbouwen. Dit is sinds de invoering van deze twee wetten steeds moeilijker geworden. Vooral toen de uitgeprocedeerde asielzoeker zelf verantwoordelijk werd voor terugkeer naar eigen land en illegaliteit dus een zelfverkozen positie werd - werd de ongedocumenteerde migrant steeds meer in een hoek gedreven. De schuld van het illegaal verblijf ligt nu bij de vreemdeling zelf.  En de straffen daaraan verbonden worden op steeds grotere schaal toegepast en zijn strenger en langduriger geworden.
 

Waren er in 1980 nog maar 45 cellen beschikbaar voor ongedocumenteerde migranten. In 2006 waren dat er 3945, waar in totaal 12480 mensen in geplaatst konden worden. Het in detentie plaatsen van ongedocumenteerde migranten mag alleen toegepast worden om de terugkeer naar eigen land van deze persoon te bewerkstelligen. Echter is gebleken dat de Dienst Terugkeer en vertrek maar 20 % van de mensen die langer dan drie maanden vastzit, uit kan zetten. Na zes maanden is de kans op deportatie zo goed als verkeken. Toch zitten veel mensen wel zes maanden of langer vast. Na een langdurige opsluiting in detentie wordt de persoon in kwestie, die ook gedwongen onuitzetbaar is gebleken, weer zonder pardon op straat gezet. Dat betekend dat het hele verhaal weer opnieuw kan beginnen. Want ondanks dat inmiddels is gebleken dat deze betreffende ongedocumenteerde migrant onuitzetbaar is, blijft hij of zij verantwoordelijk gesteld voor het illegaal verblijf in Nederland.

Het huidige en vorige kabinet, allebei onder leiding van Minister President Rutte, wil illegaliteit strafbaar gaan stellen. In de praktijk is illegaliteit echter al strafbaar gesteld sinds 31 December 2011. Wanneer asielzoekers worden geacht het land te verlaten krijgen zij namelijk een inreisverbod mee. Eind 2011 is er bepaald dat iedereen in bezit van een inreisverbod in overtreding is wanneer het verblijf in Nederland wordt gerekt. Het criminaliseren van illegaliteit is dus vooral een symbolische maatregel die de scheiding tussen burgers en niet statushouders moet vergroten.

Het protest van Wij Zijn Hier beslaat meerdere terreinen betreffende het migratiebeleid, maar het belangrijkste speerpunt is tot nu toe: onderdak en eten voor allen die in het asielgat terecht komen.  Tot een aantal jaren geleden werd er in gemeenten Noodopvang geboden voor ongedocumenteerde migranten die tussen wal en schip terecht kwamen. Deze opvangplekken zijn in 2007 gesloten. Dit bestuursakkoord was gebaseerd op de voorspelling dat het migratiebeleid in afzienbare tijd sluitend zou moeten zijn. Zes jaar later is duidelijk dat deze doelstelling niet is gehaald. Van alle mensen die geklinkerd worden (op straat gezet) zijn er ongeveer 5000 per jaar die het land niet kunnen verlaten. Lokale overheden worden direct geconfronteerd met de gevolgen van het niet sluitende beleid, maar zijn officieel nog niet in de mogelijkheid om het probleem aan te pakken.

De Federatie van Europese Kerken heeft op verzoek van de raad van Kerken in Nederland een klacht ingediend bij de Europese Commissie voor het Sociale Recht. Zij achten het klinkeren van asielzoekers die niet terug kunnen  naar eigen land, een schending van de mensenrechten. Naar aanleiding van de klacht heeft de Europese Commissie voor het Sociale Recht een uitspraak gedaan. Deze uitspraak luidt dat de Nederlandse regering in al haar gelederen, opvang, eten en kleding dient te bieden aan uitgeprocedeerde asielzoekers die niet terug kunnen. Deze uitspraak moet nog officieel door de rechter worden ondertekend. Staatsecretaris Teeven die het migratiebeleid momenteel onder zijn hoede heeft, wil er nog niet naar handelen zolang de uitspraak niet bindend is. De vier grootste gemeenten in Nederland hebben aangegeven dat zij de uitspraak wel al als leidraad willen nemen en zijn momenteel bezig om opvang te realiseren.